Terug naar hoofdinhoud

Schouder- en nekklachten met bewegingsbeperkingen

Waarom een ontspannende massage helpt

Wat speelt er bij schouder- en nekklachten?

Schouder- en nekklachten horen bij de meest voorkomende spierklachten van onze tijd. Lange dagen achter een scherm, een telefoon die continu wordt vastgehouden, autorijden, een laptop op schoot — al deze houdingen vragen feitelijk hetzelfde van het lichaam: hoofd naar voren, schouders opgetrokken, armen voor het lichaam. De spieren die deze houding vasthouden raken chronisch op spanning. Andere spieren, die juist een tegenwicht moeten geven, raken óvergerekt en verzwakken.

Bij sommige mensen blijft het bij een zeurend gevoel boven de schouders en stijfheid ’s ochtends. Bij anderen breidt het zich uit: een beperkt draaien van het hoofd (klassiek: “ik kan niet meer goed achteromkijken in de auto”), uitstralende pijn richting bovenarm of zelfs naar de vingers, hoofdpijn die ontstaat in de nek, of een schouder die niet meer voluit omhoog komt zonder pijn.

Er zit vrijwel altijd dezelfde keten achter. De voorkant van het lichaam staat in verkorting — borstspieren en voorste halsspieren trekken alles naar voren. De achterkant probeert daartegen op te trekken en raakt daardoor langzaam uitgerekt en verzwakt — vooral de spieren tussen de schouderbladen. En de levator scapulae — de “schouderbladheffer” — werkt overuren om het schouderblad omhoog te houden tegen alle zwaartekracht en verkeerde houding in. Hij is bij vrijwel elke klant met nekklachten gevoelig en hard aanraakbaar.

Daarbovenop spelen triggerpoints een grote rol: harde, gevoelige plekjes in een verkrampte spier die pijn kunnen “doorsturen” naar een heel andere plek. Een gespannen bovenste trapezius kan zo hoofdpijn lijken te veroorzaken; een infraspinatus (rotatorcuff) kan pijn afgeven tot diep in de bovenarm, ook al voelt de spier zelf rustig.

Hoe kan een ontspanningsmassage ondersteunend werken?

Een serie behandelingen werkt bij deze klachten op drie sporen tegelijk.

Ten eerste haalt gerichte massage de spanning uit de overbelaste spieren aan de achterkant van het lichaam — de levator scapulae, de bovenste trapezius, de spieren rond het schouderblad. Wanneer die loslaten, krijgt het schouderblad weer ruimte om naar beneden en achter te zakken in zijn natuurlijke positie.

Ten tweede pakken we ook de voorkant aan. Strakke borstspieren en korte voorste halsspieren trekken de schouders steeds opnieuw naar voren. Zonder ook deze voorkant te behandelen blijft de oorzaak intact en komen de klachten snel terug.

Ten derde: rustige, ritmische aanraking helpt het zenuwstelsel uit de “alarmstand”. Veel mensen met chronische schouder- en nekklachten hebben hun schouders permanent licht opgetrokken zonder dat ze het zelf doorhebben. Pas wanneer het zenuwstelsel ontspant, kan de spier echt loslaten.

Levator scapulae (schouderbladheffer)

Onmiskenbaar de meest pijnlijke spier bij nekklachten. Loopt vanaf de bovenste vier halswervels schuin naar beneden tot aan de bovenste binnenhoek van het schouderblad. Bij iedereen die langdurig zit en het hoofd naar voren houdt, staat hij in dauerspanning. Behandeling: voorzichtige, langgerekte uitstrijkingen langs het verloop van de spier, gevolgd door gerichte druk op de aanhechtingen aan de binnenkant van het schouderblad. Bijna altijd zit hier een keiharde knoop die smelt onder gedoseerde druk.

Trapezius (alle drie de delen)

We bespraken het bovenste deel al bij de ademhaling — daar tilt hij continu de schouder op. Maar ook het middelste en onderste deel doen mee. Het middelste deel trekt de schouderbladen naar elkaar toe (en raakt vaak overrekt door een voorovergebogen houding). Het onderste deel trekt het schouderblad naar beneden, en is vaak nauwelijks actief bij mensen met chronische klachten. Behandeling combineert uitstrijkingen langs de hele lengte met kneedslagen, met extra aandacht voor de overgang naar de nek.

Rhomboideus major en minor (ruitvormige spieren)

Zitten tussen het schouderblad en de wervelkolom. Hun werk is het schouderblad naar het midden trekken. Bij een chronisch voorovergebogen houding raken ze overrekt, zwak en vermoeid — wat aanvoelt als een zeurende, brandende pijn tussen de schouderbladen. Behandeling: dwarse strijkingen, voorzichtig kneedwerk, en het lichaam helpen om deze spieren bewust weer te gebruiken.

Rotatorcuff (supraspinatus, infraspinatus, teres minor, subscapularis)

Een groep van vier kleine spieren die de schouderkop op zijn plaats houden in het schoudergewricht. Drie ervan (supra-, infraspinatus en teres minor) zitten op het schouderblad en zijn voor een masseur goed bereikbaar. De vierde (subscapularis) ligt aan de voorkant van het schouderblad en is grotendeels uit handen. Bij wie regelmatig overhead reikt — schilders, fysiek werk, atleten — raakt vooral de supraspinatus snel overbelast. We behandelen met gerichte druk op de spierbuik en uitstrijkingen langs de spierrichting.

Deltoideus (deltaspier)

De ronde spier die de schouderkap vormt. Bestaat uit drie delen: voorkant (helpt arm vooruit brengen), zijkant (zijwaarts heffen), en achterkant (arm naar achter trekken). Het achterste deel raakt vaak gespannen bij wie veel met de armen vooruit werkt. Behandeling: ronde, omsluitende massagebewegingen rond de hele schouderkap.

Pectoralis major en minor (de borstspieren)

Bij ademhalingsklachten al besproken — maar bij schouder- en nekklachten zijn ze minstens zo belangrijk. Korte, strakke borstspieren trekken de schouders dag in, dag uit naar voren. Behandelen we ze niet, dan blijft de rugzijde tegen een muur duwen. We werken aan zowel de major (grote oppervlakte) als de minor (kleiner, dieper, vaak verrassend gevoelig).

Sternocleidomastoideus en scalenii (halsmusculatuur)

Ook deze stonden al in de ademhalingstekening. Bij beperking in het draaien van het hoofd of bij hoofdpijn die vanuit de nek omhoog kruipt, krijgen ze hier extra aandacht. Behandeling is altijd voorzichtig en gedoseerd vanwege de zenuwbanen en de halsslagader die er dichtbij lopen.

Hoe verloopt een traject?

Bij recent ontstane klachten kan één behandeling al fors verlichten. Bij langer bestaande klachten — denk aan iemand die al maanden of jaren met opgetrokken schouders rondloopt — werkt een serie van vier tot zes sessies beter. We starten breed (de hele schoudergordel ontspannen) en gaan daarna gericht in op de spieren die het zwaarst aanvoelen. Tijdens het traject bespreken we ook houding op de werkplek, slaaphouding, en een paar simpele oefeningen om de winst tussen sessies vast te houden.

Belangrijk om te weten

Bij plotselinge, hevige schouderpijn na een val of trauma, of bij pijn met tintelingen, doofheid of krachtverlies die uitstraalt naar arm of vingers, is overleg met huisarts of fysiotherapeut altijd de eerste stap — dat kan duiden op een beknelde zenuw of een gewrichtsprobleem dat ander onderzoek vraagt. Massage werkt het beste bij spiergebonden klachten en als aanvulling op (niet vervanging van) medisch advies of fysiotherapie.